Alle hens aan dek. Het Amerikaanse magazine State kwam tot de vaststelling dat Facebook (nog!) meer bijhoudt dan aanvankelijk gedacht. Naast uw persoonlijke informatie en al datgene dat u met uw maten en makkers deelt, zou Facebook ook bijhouden wat u in extremis besluit niet te delen. Bijvoorbeeld wanneer u tot het besef komt dat wel echt niemand geïnteresseerd is in wat je op je bord hebt liggen. Uit een studie van twee Facebook-werknemers blijkt echter dat Facebook opslaat wat je in het statusveld typt, ongeacht of u achteraf op 'posten' klikt op niet. Geen nieuwe techniek, want ook Gmail maakt zich al jaren 'schuldig' aan het gebruik. Wanneer u een mailtje typt, bewaart de e-mailservice van Gmail dat automatisch om te vermijden dat de gebruiker de server weg klikt en van vooraf aan moet beginnen. Facebook bevestigt dat ze in staat is om deze zelf-gecensureerde informatie op te slaan en te analyseren. Het bedrijf wenst op die manier meer inzicht te krijgen in het gedrag van zijn gebruikers. Benieuwd wat de privacy-politie hierover te zeggen heeft.
Het wordt door de ene journalist bemind en door de andere verguisd, maar één ding is zeker: Twitter is the next big thing. Straffer nog. Volgens de Canadees Alfred Hermida is ‘het spreken in 140 tekens’ dé drijvende kracht geworden van de journalistieke revolutie. Wat het ook moge zijn, een ding is duidelijk: de twitterende journalisten schieten de pan uit en het ziet er niet naar uit dat dat gaat veranderen. Maar waar schuilt dan het succes van Twitter? In hoeverre is dit medium interessant voor de journalist? Prangende vragen die een volmondig antwoord verdienen.
Twitter is sinds kort een beursgenoteerd bedrijf, en dat is niet geheel toevallig. Het medium is de laatste jaren uitgegroeid tot een razend populair platform, dat koerst naar 250 miljoen actieve gebruikers. Voor de lezers die het afgelopen jaar hun hoofd in het zand staken: Twitter is het bastion bij uitstek waar de man van de straat zijn ei op kwijt kan, dit in berichten van maximaal 140 tekstkarakters. De berichten of 'Tweets' die men de wereld in stuurt verschijnen vervolgens op de hoofdpagina van al diegene die je volgen, je 'followers'. Een lukrake greep uit enkele Tweets leert ons dat wel echt álles mogelijk is: van het politieke gezwets ("Het wegwerken van de klassejustitie: nog een werf voor de volgende regering" - Carl Devos) tot het ludieke, haast doelloze geleuter ("Aaaah. Het goedkope toiletpapier.....bijna in contact gekomen met m'n innerlijke zelf"- Giel Foubert). Het bastion is uitgegroeid tot een ware broeihaard van meningen, gedachten, links en foto's over een haast onuitputtende range van gespreksonderwerpen. Uit een enquête van het Gentse Quadrant Communications is gebleken dat Twitter tevens over een klimaat beschikt dat ook veel journalisten blijmoedig stemt, vermits goed de helft van de journalisten zijn gedachten er op tentoon spreidt. Twee jaar geleden gaf slechts achttien procent van hen aan Twitter te gebruiken voor professionele doeleinden. Bovendien stuurt drieëndertig procent van de journalisten zo goed als dagelijks een tweet de wereld in. "Twitter is al erkend als een deel van de journalistiek, zoals de telefoon of de e-mail", zo stelt Frank De Graeve, journalist met vijftien jaar ervaring in de benen, in zijn gastcollege aan onze faculteit. Alias: er is geen ontkomen aan.
Aantrekkingskracht Twitter? Wat maakt nu dat journalisten zich zo aangetrokken voelen tot Twitter? Of nog beter: waarin schuilt het journalistieke nut? Het antwoord is veelzijdig, zo blijkt uit onderzoek. Allereerst vormt Twitter het medium bij uitstek om informatie vliegensvlug te verspreiden en mensen te bereiken in alle uithoeken van de wereld. Zo stond enkele minuten na het overlijden van Osama Bin Laden al een foto van zijn dode lichaam op Twitter, die zich als een inktvlek op het web verspreidde. Nieuws hoeft niet langer verwerkt te worden in artikels alvorens men het grote publiek kan informeren, maar de journalist kan op ieder moment van de dag de laatste actuale nieuwtjes op de wereld loslaten. Twitter is bovendien een handige 'research tool', waarbij de journalist toegang krijgt tot een immense poel van bronnen, bewijsmateriaal en ideeën. Aangezien het gros van het maatschappelijke debat zich afspeelt op Twitter kan de journalist snel trends oppikken en deze verwerken in zijn artikels, om zo het debat open te trekken. Een tweet kan zo snel uitmonden in volwaardige nieuwsartikels. Zo werd de tweet van Vincent Kompany na de wedstrijd België-Schotland in oktober van dit jaar voorpaginanieuws bij Het Laatste Nieuws en haalde ook de tweet van Vincent Van Quickenborne ("Alea iacta est" of: de teerling is geworpen) alle kranten. Bovendien heeft Twitter de zoektocht naar bronnen duchtig vergemakkelijkt. Mensen zijn vanwege het persoonlijke karakter van de sociale media sneller geneigd hun gevoelens en ervaringen te delen. De journalist hoeft niet langer op pad om getuigen te zoeken, maar kan deze via een eenvoudige muisklik opsporen. Zo schreven bij de schietpartij in een bioscoopzaal in het Amerikaanse Aurora tientallen aanwezigen op Twitter en Facebook over de horror die ze hadden meegemaakt. Het invoeren van de juiste zoektermen was voldoende om de stem van deze mensen op te pikken en (inter)nationaal te projecteren.
Ten derde maken sociale media het werk voor journalisten ook een pak eenvoudiger. Omdat alle grote en kleinere nieuwssites aanwezig zijn op sociale media, kan je als journalist een pak extra nieuwsbronnen volgen bovenop de traditionele persagentschappen als Reuters, AP, AFP en Belga. Ten vierde, blijkt Twitter ook een goed “marketing tool” voor journalisten te zijn. Het laat journalisten en nieuwsorganisaties namelijk toe om een veel groter publiek te bereiken en om de populariteit van hun werk en/of organisatie te bevorderen. De journalist kan zichzelf in de etalage zetten en zichtbaar maken door er op los te twitteren, en kan er duchtig aan personal branding doen. Een begeerlijke techniek in economisch moeilijke tijden. Jeff Jarvis: "In een economie waarin individuen steeds belangrijker worden, moet je als journalist een eigen meerwaarde creëren. Begin een blog, start een videokanaal of deel je ideeën via Twitter. Een journalist moet naam maken. De kans is immers groot dat hij of zij binnenkort zonder werk zit en dan is die naam het enige wat nog overblijft." Ten slotte is Twitter een erg democratisch medium. Daar waar de traditionele media slechts gehoor geven aan enkele stemmen, biedt Twitter een platform voor allen om gal te spuwen of te loven. Alan Rusbridger, hoofdredacteur van The Guardian: "With Twitter you get an instant reaction. It's not transmission, it's communication. It's the ability to share and discuss with scores, or hundreds, or thousands of people in real time."
Wat zijn de gevaren?
Toch is niet iedereen even lovend over Twitter. Onder meer de Amerikaan Richard B. Stolley waarschuwt voor de gevaren van het medium voor journalistieke doeleinden: “Twitter’s brevity is a blessing when body odor is the subject; dangerous when something important is.” Ook volgens Frank De Graeve zijn er gevaren verbonden aan het gebruik van Twitter in de journalistiek, en dat heeft veel te maken met het gebrek aan welomschreven richtlijnen. Er heerst onduidelijkheid over datgene wat kan en niet kan, geoorloofd en niet geoorloof is, en "op dat vlak moet er nog heel wat uitgeklaard worden". Een voorbeeld van de vage ethische grens was de verhitte discussie over de gepubliceerde foto's van de slachtoffers van het busongeval in Sierre. Een brug te ver volgens velen. De Raad voor de Journalistiek zag zich genoodzaakt om een extra luik over sociale media toe te voegen aan zijn deontologische code, al laat deze tot vandaag veel ruimte open over voor interpretatie. Verwarring is troef, zo bleek ook uit de veroordeling van het Franse persagentschap AFP en de Amerikaanse beelddatabank Getty Image die een schadevergoeding van zowat 900.000 euro moeten betalen aan een Haïtiaanse fotograaf. Het persagenschap hadden foto's van de fotograaf opgepikt op Twitter en voor commercieel gebruik verspreid. Ongehoord, zo oordeelde de rechter later. "Ook in België gebeurt het dikwijls, zij het dan vooral met foto’s van sociale media die niet door professionelen zijn gemaakt", zegt Lieven Van Assche, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Beeldjournalisten (VVBJ). "Stilaan worden uitgevers zich echter bewust van het feit dat dit niet kan."
Een ander gevaar, zo stellen enkelen, is de verwaarlozing van de journalistieke waarden omdat men vergeet dat deze ook van kracht zijn op sociale netwerken. Een journalist kan bijvoorbeeld sneller geneigd zijn om politiek gekleurde uitspraken te doen, door bijvoorbeeld een quote van een politicus te retweeten of een beleid te becommentariëren. De basiswaarde van de journalist om zo objectief en onpartijdig mogelijk te zijn kan hierdoor een knauw krijgen, en afdragen aan diens betrouwbaarheid. Een journalist kan er zich bovendien ook toe laten verleiden een tweet zonder meer over te nemen, zonder de authenticiteit er van na te gaan. Dit heeft tot gevolg dat foutieve tweets worden opgepikt door de media zonder dat deze gecheckt en dubbelcheckt worden, toch één van de belangrijkste journalistieke principes. Maar ook op het niveau van de journalisten kan Twitter een ware 'pain in the ass' zijn. Het volk dat door twitter een stem gekregen heeft blijkt ook van deze vrijheid gebruik te maken om heel wat 'smeerlapperij' online te gooien. Volgens Frank De Graeve krijgt de journalist meer dan ooit bakken kritiek te verduren, zelfs in die mate dat een emmer bleekwater om de computer in onder te dompelen voor velen een welgekomen gift kan zijn. Dit kan er echter toe leiden dat de journalist in kwestie afgeleid is van zijn ware kernactiviteit: verslag geven.
Conclusie?
Twitter is als een groot café waarin iedereen met een zekere mondigheid het blad voor de mond weg haalt en waar vrije meningsuiting troef is. En net als aan het café-zitten zijn er zowel voor- als nadelen. Tja, wat er mee te doen dan? Ik maakte alvast een Twitter-account aan, uit het geloof dat een journaliste in spe overal haar beste beentje moet voorzetten. Vanuit een geloof dat je jezelf kenbaar moet maken alvorens men anderen kan beroeren. Maar ik me zeker geen illusies. Niemand zit te wachten op mijn mening. Niemand is geïnteresseerd in al datgene dat vandaag mijn pad heeft gekruist. Sterker nog, ik heb zelden iets te zeggen dat ik koortsachtig delen wil met de rest van de wereld. Dus ga ik maar op zoek naar futiliteiten of opmerkzame informatie, al was het maar om heel even een lach te toveren op het gezicht van velen.
Hermida, A. (2010). Twittering the news: the emergence of ambient journalism. Journalism Practice, 4(3), 297-308. doi:10.1080/17512781003640703
Quadrant Communications (2012, 3 mei). Meerderheid Belgische journalisten gebruiken Twitter. Geraadpleegd op 2 december 2012 via http://www.hubwise.be
Armstrong, Cory L., and Fangfang Gao. "Gender, Twitter and news content: An examination across platforms and coverage areas." Journalism Studies 12.4 (2011): 490-505.
De wereld kreunt onder de privacy schandalen. Na de bekendmaking van de afluisterpraktijken van de NSA heeft ook de Oostenrijker Max Schrems zijn strijdwapens getrokken met onthutsende onthullingen over Facebook. Openbaring numero één: Facebook heeft een ontzaglijke opslagplaats voor al uw gegevens. Openbaring numero twee: Facebook vergeet nooit, ook al doet u een poging om uw schaamtevolle informatie het web af te kegelen. De wetgeving dekt niet langer de lading en dat zullen we geweten hebben. Tijd voor een geduchte en gevreesde privacy-politie, zo klinkt het bij velen. Of hoe de opkomst van het internet de grondvesten van onze samenleving doet wankelen.
Privacy, het is een kostbaar goed voor velen van ons. Dat we onze buurman zijn kerstverlichting spuuglelijk vinden of dat we liggen snotteren bij 'The Notebook' op zondagavond, het hoeft niet allen geweten. We gooien het dan wel op Facebook maar vooral uit de veronderstelling dat het slechts een delete-knop verwijderd is van de eeuwige verdwijning. Toch blijken onze online-activiteiten niet zo snel vergeten als we zelf willen zouden. Max Schrems, een Oostenrijkse jurist, kwam tot de ontdekking dat het geheugen van Facebook verder reikt dan aanvankelijk gedacht. Hij verzocht Facebook alle gegevens die het bedrijf van hem had opgeslagen door te sturen, hetgeen hem uiteindelijk lukte na een heer-en weer getrek met de sociale netwerkgigant. Tweeëntwintig pogingen waren nodig om uiteindelijk 1222 pdf bestanden te ontvangen, gaande van zijn gps-coördinaten van het afgelopen jaar tot zijn intiemste chatberichten. De gegevens van één persoon van de 854 miljoen Facebook-gebruikers resulteert met andere woorden alleen al in een heuse papierenberg van informatie. Opmerkelijk vond hij toch vooral het volgende: al zijn gewiste status-updates, foto's en chatberichten waren ook opgenomen in het archief, ook al had hij de expliciete wens gehad deze te verwijderen. Facebook had alle persoonlijke informatie van de Oostenrijker bewaard – tegen zijn wil in en in strijd met de regels van het Europese privacyrecht, die de onbeperkte opslag van gebruikersgegevens verbieden. Hij deed onmiddellijk tweeëntwintig maal aangifte: wegens gewiste gegevens die nog steeds intact bleken te zijn, wegens misleidende voorwaarden en wegens de automatische gezichtsherkenning. Max, hij wordt ook wel David genoemd naar het spraakmakende verhaal van David en Goliath, richt zich hierbij voornamelijk op de bevordering van de transparantie van Facebook en op een toenemende controle van de gebruiker."After studying the privacy policy of Facebook for months I can still not tell you what they do with my data. Moreover, it is our data that we put on Facebook so we should have the right to do whatever we want with it." Schrems was de eerste die zijn klacht 'op het juiste bordje' heeft gedeponeerd – dat van de Ierse gegevensbeschermingsautoriteit.
Het heil en onheil van cookies.
Al is Facebook niet de enige die wankel balanceert op de grens van 'datgene wat kan en geoorloofd is'. We zijn allang niet meer anoniem op het world wide web. Als we aankomen op een willekeurige website, dan beschikt die over talloze manieren om te achterhalen wie we zijn en welke voorkeuren we hebben. Zo maken nagenoeg alle websites gebruik van cookies, ook wel magic cookies genoemd. Een cookie is een klein tekstbestand dat tijdens uw bezoek aan een website op uw computer wordt geplaatst. In dit tekstbestand wordt informatie opgeslagen. Deze informatie kan op een later bezoek weer worden herkend door deze website. Deze cookies worden doorgaans niet op applaus maar veeleer op scepticisme onthaald, aangezien het gebruik van cookies zich veelal aan het oog van de internetgebruiker onttrekt. Toch zijn de meeste cookies noodzakelijk, of beter gezegd, leveren ze menig internetgebruiker een aardige dienst. Denk aan het onthouden van uw taal- en regiovoorkeur en automatisch inloggen bij sites. Niettemin gaan enkele cookies verder dan het strikt noodzakelijke. Een wel befaamd voorbeeld is het concept van de tracking cookies, die het surfgedrag van de individuele webgebruiker registreren. Het is een veelgebruikt mechanisme in de marketingwereld, waarbij de cookie niet enkel de activiteit van één website bijhoudt maar van alle websites die op dat moment worden bezocht. Op basis van deze informatie kan er gerichter geadverteerd worden, op basis van het zoekprofiel van ieder individu. Een bedrijf dat wel gekend staat om zijn toepassing van dit mechanisme is de onlineshop Zalando, befaamd om zijn reclames waar vrouwen in hun volmaakte hysterie klederen bestellen op het net. Wanneer u naar deze site surft, is de kans groot dat u met volgend scenario geconfronteerd wordt; u surft er op uw dode gemak naar toe - geen haast bij het shoppen als u zich in uw luie zetel bevindt - en valt op die volmaakte jurk die u af en toe in uw dromen ziet verschijnen. U klikt er op om ze in haar details te aanschouwen, maar bij nader inzien is ze toch niet helemaal zoals u ze verwacht had. U klikt weg maar wanneer u uw Facebook opent staat er aan de rechterkant een advertentie van, jawel, diezelfde jurk. Stom toeval? Toch niet. De tracking cookies waar Zalando van gebruik maakt hebben de informatie opgeslagen en zorgen ervoor dat we overal op het web geïdentificeerd worden als die Vlaming die op het punt stond om die ene jurk te kopen. Een doeltreffend mechanismen voor marketeers en daardoor zit het gebruik ervan stevig in de lift. Zo kondigde ook Facebook laatst aan dat ze tracking cookies zal inpassen in haar systeem. Wettig, ja dan nee? Volgens de wet moet iedere gebruiker vooraf instemmen wanneer onze gegevens worden gebruikt voor andere doeleinden. Maar eigenlijk gaat de wetgever er van uit dat we ‘impliciet' instemmen, zolang we niet expliciet ‘nee' zeggen. Of, met andere woorden: de gebruiker wordt geacht te weten dat zijn gegevens worden gebruikt en dat hij volmondig moet weigeren indien hij hiermee niet akkoord gaat.
Juridische initiatieven.
"We hebben sinds 1995 Europese wetgeving. Een goede wet. Maar in 1995 stond het internet nog in z'n kinderschoenen en was de bedenker van Facebook elf jaar. U kunt zich indenken dat we de regels moeten aanpassen aan de moderne tijd, aan de internetwereld." Viviane Reding, vice-president van de Europese Commissie, erkent dat de wetgeving omtrent de privacy momenteel achterop hinkt en dat aanpassingen broodnodig zijn om de strijd aan te binden tegen het virtuele olifantengeheugen van het wereldwijde web. Om te voorkomen dat mensen binnen dertig jaar nog herinnert worden aan wat ze op 24 november 2013 aten of - nog erger- steeds botsen op een artikel over hardrijden als ze hun naam googelen, heeft het Europees Parlement een verordening goedgekeurd die de privacyrichtlijn een uitgebreide update moet geven. Deze verordening moet burgers het recht geven om vergeten te worden, of om de sporen die u vandaag online achterlaat voorgoed en voor eeuwig te wissen. ‘Dat recht bestaat al voor een stuk, maar deze verordening maakt het op termijn juridisch sterker afdwingbaar’, zegt Willem Debeuckelaere, de voorzitter van de Belgische Privacycommissie.‘Iemand zou bijvoorbeeld via een rechtbank kunnen vragen dat zijn naam uit een online artikel wordt geschrapt of dat daarbij een banner komt die zegt dat het om oude informatie gaat.' De Europese verordening moet in de eerste plaats een einde maken aan de lappendeken van 28 privacyregelingen in de verschillende lidstaten. Dat betekent uiteraard dat ze veel breder gaat dan enkel dat recht op vernietiging. Ze gaat ook in op een betere bescherming van de privacy van minderjarigen, vraagt dat bedrijven die zich toeleggen op dataverwerking, een privacyverantwoordelijke aanstellen en moet het mogelijk maken om de data die u bij één site hebt opgeslagen, probleemloos over te zetten naar een andere – bijna zoals bij een overstap van telecomprovider. Bovendien zullen sites voortaan ietwat transparanter moeten communiceren, door in klare taal duidelijk te maken waarvoor ze de gegevens zullen gebruiken. Ondernemingen die de regels met de voeten treden, riskeren forse sancties en niet langer een peulenschil zoals voordien. Over de tekst starten nu onderhandelingen met de lidstaten en de Europese Commissie maar is vanwege zijn reeds 3999 ingediende amendementen een absoluut titanenwerk, waarvan de lobbyoorlog nog steeds stevig woedt. "Alle amendementen die de wet versoepelen, zal ik bestrijden. Het is heel duidelijk. Ik trek ergens de grens en die grens ligt bij de bescherming van de europse burger. Die blijft minimaal zoals nu en deze zou ik liefst nog versterken", aldus zo stelt Reding. ‘Door alles zo te willen formaliseren, ben ik wel sceptisch over de effecten in de praktijk’, zegt professor Van Eecke,docent Rechtsgeleerdheid aan de universiteit van Antwerpen. ‘Ik weet niet of elke organisatie aan al die eisen zal kunnen voldoen.'
In de tussentijd is op eigen bodem reeds een initiatief opgestart die de komende maanden actief zal speuren naar inbreuken op onze privacy, de privacy-commissie genaamd. Na het datalek bij de NMBS waarbij gegevens van duizenden reizigers verspreid raakten en de hacking van telecombedrijf Belgacom, voelt de Privacycommissie meer dan ooit de nood aan een sterke arm. ‘We zullen veel meer op het terrein werken en ons dus minder toeleggen op zuiver juridische taken’, zegt Willem Debeuckelaere, de voorzitter van de commissie. ‘Concreet willen we actief op zoek gaan naar bedrijven of organisaties die persoonlijke data verwerken, maar daarbij hun boekje te buiten gaan, bijvoorbeeld door gegevens ongeoorloofd te verkopen. Vandaag is zo’n controle zo goed als onbestaande. Als bedrijven of instellingen een personendatabase oprichten, moeten ze dat vooraf bij ons melden, maar in de praktijk werkt dat niet.'
En zo kunnen ook wij met een iets geruster hart verder surfen. Of foto's posten van de friet met tartaar van vanavond.
Brems, P. (2013, November 21). Panorama. Opgeroepen op November 23, 2013, van De Redactie: http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/programmas/panorama/EP_131121_Panorama
Deckmyn, D. (2013, Maart 6). Er is geen ontsnappen aan Zalando. Opgeroepen op November 23, 2013, van De Standaard: http://www.standaard.be/cnt/dmf20130313_00503504
Krishnamurthy, B., & Wills, C. E. (2009, August). On the leakage of personally identifiable information via online social networks. In Proceedings of the 2nd ACM workshop on Online social networks (pp. 7-12).
Park, Joon S., and Ravi Sandhu. "Secure cookies on the Web." Internet Computing, IEEE 4.4 (2000): 36-44)
Prummer, J. (2012, April 27). Max Schrems geeft Facebook geen like. Opgeroepen op November 21, 2013, van Presseurope: http://www.presseurop.eu/
Vanhecke, N. (2013, Oktober 21). Privacy-politie in de stijgers. Opgeroepen op November 21, 2013, van De Standaard: http://destandaard.be/