Posts tonen met het label Sociale media. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sociale media. Alle posts tonen

20 dec 2013

Weetje: Facebook wil ook weten wat u niet post


Alle hens aan dek. Het Amerikaanse magazine State kwam tot de vaststelling dat Facebook (nog!) meer bijhoudt dan aanvankelijk gedacht. Naast uw persoonlijke informatie en al datgene dat u met uw maten en makkers deelt, zou Facebook ook bijhouden wat u in extremis besluit niet te delen. Bijvoorbeeld wanneer u tot het besef komt dat wel echt niemand geïnteresseerd is in wat je op je bord hebt liggen. Uit een studie van twee Facebook-werknemers blijkt echter dat Facebook opslaat wat je in het statusveld typt, ongeacht of u achteraf op 'posten' klikt op niet. Geen nieuwe techniek, want ook Gmail maakt zich al jaren 'schuldig' aan het gebruik. Wanneer u een mailtje typt, bewaart de e-mailservice van Gmail dat automatisch om te vermijden dat de gebruiker de server weg klikt en van vooraf aan moet beginnen. Facebook bevestigt dat ze in staat is om deze zelf-gecensureerde informatie op te slaan en te analyseren. Het bedrijf wenst op die manier meer inzicht te krijgen in het gedrag van zijn gebruikers. Benieuwd wat de privacy-politie hierover te zeggen heeft. 

Bron: http://www.standaard.be/

18 okt 2013

Weetje: familiekwesties

Kinders, uw aandacht graag. Het leven is rijker dan je denkt. Dit is het uitgangspunt van het boek 'Dot', waarbij de jongsten onder ons aangemoedigd worden om de tablet en smartphones zo nu en dan te laten voor wat ze zijn. Met kleurrijke beeltenissen wordt een krachtige boodschap meegegeven: het goede leven bevindt zich rondom ons, dus kijkt u even van dat schermpje weg. Oftewel: gebruik, maar met mate. Pittig detail: de schrijfster van 'Dot' is Randi Zuckerberg. Jawel, zus van facebook oprichter Mark Zuckerberg. "Life is a little bit richer when you look up from the screen. As I watch my two-year-old begin to discover technology, I feel certain that this is an important message to share with a younger audience", zo zegt ze zelf. Als daar maar geen ruzie van komt. 

12 okt 2013

Phubberale plaag

Het is zover. Stof uw woordenboek af, neem een pen in de hand en notuleer dit fonkelnieuwe feit: de dag is gekomen dat we het beestje bij zijn naam noemen. De jongelui die zich vastkluisteren aan hun telefoon gaan voortaan met een nieuw etiket door het leven. Gedaan met het verschuilen achter een naamloos omhulsel. Maak kennis met de phubbers


U kent het wel. U schetst net het meest ingrijpende verhaal van uw leven en alvorens u het wel beseft wordt de Facebookstatus van uw vriendin geüpdatet. De vriendin die over u zit, welteverstaan. Het geeft u de daver op het lijf, maar wanneer u besluit het te laten varen barst ze in schateren uit. Ze las net een mop op Twitter. Situaties als deze worden ook wel omschreven als een kwaal van deze tijd, eentje dat onlosmakelijk verbonden is met de opkomst van de smartphones en de sociale mediaplatformen. Menig bezitter wordt wel eens betrapt op het raadplegen van de elektronica in - wat men noemt - ongepaste omstandigheden. Net vanwege de alomtegenwoordigheid bogen enkele lexicografen, poëten en auteurs van de universiteit van Sydney zich over het fenomeen, met de bedoeling een gepaste etikettering te vinden voor de anti-sociale zielen in onze sociale middens. Hierbij werd het woord phubbing in het leven geroepen, omschreven als 'the act of snubbing someone in a social setting by looking at your phone instead of paying attention'. Vertaald: mensen die lak hebben aan realiteitsgebonden interactie en dit klaarblijkelijk maken door hun glimmend speelgoed in ieders zichtveld te duwen. Voor een ietwat amusantere omschrijving van de term, klik hier. Hoewel deze naamgeving meteen op interesse onthaald werd, kreeg het pas echt aandacht door de 'Stop Phubbing' campagne die het fenomeen aan de schandpaal nagelt. Op hun website kunt u niet enkel propagerende posters vinden, u kan uw phubbing friends ook een mailtje sturen om hun enerverende gedrag aan de kaak te stellen. Dit alles met één boodschap: wij wensen uw onverdeelde aandacht terug.

Humor met een vleugje absurditeit, maar de ergernis is echt. Althans zo blijkt uit onderzoek van TNS NIPO. Een slordige 88 procent van de respondenten gaf aan zich te storen aan het nuttigen van mobiele telefonie in allerhande situaties, gaande van een luidkeels telefoongesprek in de trein tot het geniepige sms'je tijdens een vergadering. Vooral het gebruik van internet bleek ergernis op te wekken, met name bij de lieden zonder smartphones. Mobiel telefoniegebruik tijdens een face-to-face gesprek werd in het bijzonder ongepast gevonden, aldus zo bleek uit onderzoek van Baron. Tot 60 procent van hun respondenten gaf te kennen het onbeleefd, ongepast en storend te vinden wanneer een gesprekspartner op zijn telefoon tokkelt, omdat zo diens aandacht verslapt. Dit werd bevestigd door Crenshaw, die stelde dat er eerder sprake is van switchtasken dan van multitasken. De vriendin die eerst belangstellend het verhaal van uw leven volgde is niet langer geconcentreerd wanneer ze haar Facebookstatus tracht te updaten, vermits deze activiteit een deel van de aandachtskoek opeist.

U stelt zich dan de vraag: wat brengt er ons dan toe om te phubben? Vanwaar de drang naar continue online bevestiging? De Gournay (2002) vertaalt het als volgt:
"Whereas the corded telephone has often been compared to an umbilical cord, the most appropriate image for the mobile phone might be a child’s teddy-bear, seen almost as a part of the body, intended to reassure and compensate for all emotional wants."
Vertaald: we zien onze telefoon als een identiteitsbevestiger, als de kleren om ons lijf waardoor we ons niet langer naakt voelen.  Een extensie van het lichaam. Zonder voelen we ons verloren, geamputeerd zelfs. Dit geldt voornamelijk voor de smartphones, wiens technologie ons toegang verleent tot allerhande sociale netwerken. Hier wordt de mogelijkheid gecreëerd om tegelijkertijd met en zonder stem te communiceren en als dusdanig wordt onze aandacht over verschillende kanalen gespreid. De telefoonbezitter bevindt zich niet langer oftewel in de realiteit oftewel in de virtualiteit, maar leeft in beide tezelfdertijd. We zijn dan een aanwezige afwezige; gezeten rond een tafel met vrienden maar geabsorbeerd door onze lopende contacten op Facebook, Whatsapp, twitter en zo meer. Schaars zijn de tijden dat we ons helemaal in het hier en nu bevinden, althans met onze telefoon in de hand. En dit wordt niet steeds geapprecieerd.

Een gewaarschuwd man is er twee waard. 

___________________________________________________________________________
Bronnen:

Artikels en websites:
Wetenschappelijke werken:
  • de Gournay, C. (2002). Pretense of Intimacy in France. In Perpetual Contact: Mobile Communication, Private Talk, Public Performance, ed. James 
  • Turkle, S. (2011). Alone Together: Why we expect more from technology and less from each other. New York: Basic Books.
  • Gergen, K. J. (2002). The Challenge of Absent Presence. In Perpetual Contact: Mobile  Communication, Private Talk, Public Persformance, ed. James E. Katz en Mark Aakhus,  227-241. Cambridge: Cambridge University Press.
  • Levinson, P. (2004). Cellphone: The Story of The World’s Most Mobile Medium and How It Has  Transformed Everything! New York: Palgrave Macmillan.
  • TNS NIPO (oktober 2010). Mobiele Manieren Barometer: Etiquette internet op mobiele telefoon. Geraadpleegd op 10 december op http://mobielemanieren.nl
  • Baron, N.S. (2008). Always on: Language in an Online and Mobile World. New York: Oxford University Press.  
  • Crenshaw, D. (2009). Multitasken bestaat niet. Als je alles tegelijk doet, krijg je niets voor elkaar. Utrecht: A.W. Bruna.  

7 okt 2013

Mag het wat minder zijn?

Over de nieuwe media wordt niet enkel lof gezaaid. Dit blijkt uit de talrijke, al dan niet wetenschappelijke artikels die zich over de negatieve gevolgen van het internet hebben gebogen. Met name sociale mediaplatformen als Facebook en Instagram blijken zondebok van de geestelijke neergang van de jongste generaties. U bent een cultuurpessimist, of U bent het niet. 

Als we de experten mogen geloven, is het internet alles behalve je beste vriend. Dit blijkt althans uit het ophefmakende boek van Manfred Spitzer, hoogleraar in de Psychologie en Psychiatrie. De lezers die louter de voordelen van het wereldwijde web onderstreepten werden na het lezen van de ‘Digitale dimentie’ aardig teruggeschroefd en danig gewezen op de gevaren. Naast het verwijt dat het internet de geest bedwelmd en het verslavingen in de hand werkt, zou het tevens zorgen voor een forse slinking van de herseninhoud. Mits alle informatie slechts een muisklik van ons verwijderd is, leren de jongeren van vandaag niet langer onthouden, hetgeen volgens Spitzer blijvende repercussies heeft voor het geheugen.

Andere vingers wijzen evenzeer op de niet zo vrolijke kant van het internet, dit voornamelijk richting de sociale media. Al snel krijgen gebruikers de stempel asociaal, wereldvreemd en sensatiegericht te zijn. Ze zijn bovendien narcist en hebben lak aan de privacy regels. Men kan zich afvragen waarom mensen er zich überhaupt nog mee bezig houden, temeer omdat uit verscheidene onderzoeken is gebleken dat sociale mediagebruikers er niet gelukkiger op worden. Integendeel, het gadeslaan van het Facebookprofiel zou diens gebruiker met een wrange nasmaak en een verminderd zelfvertrouwen achterlaten. Dit blijkt althans uit het boek van Koen Damhuis, die Facebook omschrijft als “de grootste kroeg ter wereld met een wapenwedloop van succes, geluk en amusement”. De jonge socioloog schetst Facebook als de ultieme ‘Frenemy’ waarbij ons zelfvertrouwen enerzijds wordt gevleid door een blik op de talrijke vriendschappen, de vele likes en de volle evenementenagenda. Tezelfdertijd houdt het een spiegel voor van al datgene dat we niet bereiken, niet hebben en niet meemaken. Er ontstaat een heuse kijk- en vergelijkcultuur waarbij we de rol van de onzekere narcist op ons nemen, die steeds zijn beste beentje voor zet maar tevens geconfronteerd wordt met de gelukspropaganda van anderen. Doordat we zorgvuldig geselecteerde foto’s onder ogen krijgen zien we slechts een flauwe afspiegeling van het ware verhaal, al geloven we daadwerkelijk dat de anderen een intenser en interessanter leven leiden. De in scene zetting van het dagelijkse leven geeft aanleiding tot wat Damhuis de “survival of the hippest” noemt en leidt ertoe dat we onszelf zien als een eiland van de middelmaat in een zee vol geluk, authenticiteit en excellence. Of daar het te pletter vergelijken leidt tot de hedendaagse pijn van het zijn.

Analoge bevindingen werden gevonden in ietwat wetenschappelijkere publicaties, vermits deze zich in voortschrijdende mate hebben toegelegd op de sociale media ten gevolge van diens stijgende populariteit. Zo kwamen Chou en Edge (2012) eveneens tot de conclusie dat Facebook de perceptie ten opzichte van anderen beïnvloedt. Ze concludeerden dat de sociale mediagebruiker andermans leven als gelukkiger en interessanter omschrijft, gebaseerd op de presentatie van hun mediaprofiel. Ook het onderzoek van Blachnio, Przepiórka en Rudnicka (2013) wees deze richting uit.

Toch is een beetje scepticisme niet uit den boze. Is het wel correct te stellen dat Facebook aan het zelfvertrouwen van jongeren knabbelt door de kijk- en vergelijkcultuur? Is Facebook niet veeleer een venster op de wereld waarbij de jongeren die afgunst voelen op het digitale net ook diegenen zijn die anderen de kleren van het lijf gapen in de virtualiteitsloze wereld? Vicky Franssen, psychologe en onderzoekster, stelt alvast van wel. Volgens haar bevindt de "survival of the hippest" zich ook op de straten en betreft het hier louter een kwestie van zelfvertrouwen die zich vertaald op het net.


Of wat was er eerst, de kip of het ei?

Meer weten?: MNM: interview met Koen Damhuis

___________________________________________________________________________
Bronnen:

Artikels en websites:


  • http://www.veto.be/jg39/veto3923/socioloog-koen-damhuis-facebook-is-een-wapenwedloop-van-status-en-succes
  • http://www.dailymail.co.uk/news/article-2088074/Facebook-makes-sad-Pictures-make-people-jealous-other.html
  • http://www.slate.com/articles/technology/technology/2013/07/instagram_and_self_esteem_why_the_photo_sharing_network_is_even_more_depressing.html
  • http://bicc.thomasmore.be/files/files/artikels/201301_ProfielPartena_artikelfacebookSmeetsHellen.pdf
  • http://www.deredactie.be/cm/1.1265868?view=popupPlayer

Wetenschappelijke werken:
  • Chou, H.T.G., & Edge, N. (2012). "They Are Happier and Having Better Lives than I Am": The Impact of Using Facebook on Perceptions of Others' Lives. Cyberpsychology Behavior And Social Networking, 15(2), 117-121
  • Blachnio, A., Prazpiórka, A., & Rudnicka, P. (2013). Pshycological Determinants of Using Facebook: A Research Review, 29(11), 775-787